dagschets 26-4-2015

Beukenlaan

De gedachte dat deze bomen weten
wie ik ben, uit al die mensen deze toevallige
man, vrouw, deze ene

ze komen zo langzaam uit het gazon
gaan zo langzaam langs het pad
verdwijnen zo langzaam

de gedachte dat deze bomen
om mij geven, dat ze op mij wachten,
dat ze weten dat ik kom

———————————
uit: ‘Tot het ons loslaat’, 1997.
Rutger Kopland

dagschets 26-4-2015 bewerkt-a

 

Advertenties

Deze site is nu ook mobiel en op de iPad te bekijken .

oefening in nederigheid

n.a.v de Rembrandt tentoonstelling  oefening in nederigheid -Titus –

dagschets 22-4-2015

Ode aan Edvard Munck- The Screem –

dagschets 13-4-2015
“Nature is not only all that is visible to the eye… it also includes the inner pictures of the soul.”

3 April Pasen – Goede Vrijdag –

Afbeelding

pasen 2-4-2015

dagschets 2 April 2015

16=30x40

Het menselijk geluk

De huur betaald. De stoep geschuurd.
Een goeie visboer in de buurt.
Een meid die als ze naast je gaat,
loopt te zingen over straat.

—————————————————
Uit: Dagboek, 1986.

Willem Wilmink

dagschets 1April 2015

15=30x40

Jij en ik

Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.

’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.

Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.

Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’

Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.

———————————————–
uit: ‘Verzamelde liedjes en gedichten’, 1986.

Willem Wilmink

dagschets 31 maart 2015

 

13=80x80

Ik herinner me

Ik herinner me een gedicht dat ik nooit
schreef, waarin het woord bunker
veel wind door zich heen laat gaan
en rijmen moet op hunker.

Het tocht er van hartstocht.
Alles moet zich vasthouden.
Als het over is blijken wij

elkaar vast te houden.
Wat nu.

Nu, dus.

Herman de Coninck